Corona en vertrouwen

Corona en vertrouwen 

06 april 2020 - 11:15

Ik heb altijd vertrouwen gehad in artsen. Zij hebben niet voor niets tussen de zeven en zestien jaar gestudeerd aan de universiteit. Zelf heb ik een aantal keer een ernstig onderzoek moeten ondergaan, waarbij ik m’n lot in de handen legde van een of meerdere dokters. De eerste keer was toen ik twaalf jaar was en een begenadigde jonge linksbuiten, die het volgens de kenners nog ver zou schoppen in de voetballerij. Doch toen gebeurde het! Tijdens een kopduel kreeg ik het voorhoofd van een rouwdouwige verdediger keihard tegen het mijne, en bewusteloos stuikte ik ten gronde.

Ik werd afgevoerd, en in het ziekenhuis werd ik overgelaten aan dokter De Meulder. Die wachtte tot ik m’n ogen opende, en zei: ‘Hoeveel vingers steek ik op?’ Ik zag alles dubbel, dus ik redeneerde: als ik het aantal vingers dat ik zie deel door twee, zou m’n antwoord wel ‘ns juist kunnen zijn. ‘Drie en een halve vinger,’ zei ik. ‘Nee, zeven,’ zei hij, ‘jij bent nog niet helemaal zuiver in de kop, jongetje. Maar ik zal je een medicijn geven dat je meteen weer goed  maakt.’ Hij spoot me in met een bepaalde vloeistof, en inderdaad, vier dagen later kon ik zien dat hij zeven vingers opstak. M’n vertrouwen in dokter De Meulder was niet beschaamd.

De tweede keer dat ik in het ziekenhuis belandde, was na een slangenbeet. Een van m’n vrienden, Joerie Van de Voorde, had een slang als huisdier, en zei tegen mij: ‘Hij doet niks hoor’, en voor z’n woorden koud waren, had die slang me in m’n schouder gebeten. Joerie riep paniekerig: ‘Dat heeft hij nog nooit gedaan! ’t Is de braafste gifslang die ik ken!’ Dus naar het ziekenhuis, waar de vrouwelijke dokter Brijns zich over mij ontfermde. Zonder blikken of blozen zoog ze met haar tuitmondje het gif uit m’n schouder. Ze spoot me in met een bepaalde vloeistof, en terwijl ik nog half buiten westen was, stelde ook zij mij een vraag om te checken of ik weer van de naald en de draad wist. ‘Wie is de president van de Verenigde Staten?’ vroeg ze. ‘Patty Brard,’ zei ik, waardoor dokter Brijns wist dat ze me een tweede keer moest inspuiten. Daarna wist ik dat Bill Clinton de president was.

De derde keer dat ik een dokter vertrouwde was toen ik met m’n motorfiets een bocht had gemist, en tegen de gevel van een schoenlapperij was gevlamd. M’n helm had de ergste klap opgevangen, maar toch vroeg dokter Desmarault aan mij in het ziekenhuis, om m’n brein te controleren: ‘Wie scoorde het winnende doelpunt van KV Mechelen tegen Ajax in 1988?’ Ik braakte het bed vol, en dus spoot hij me in met een bepaalde vloeistof. Ongeveer een uur daarna zei ik: ‘Piet den Boer’, wat klopte, en ik was weer eens zo goed als genezen. 

Deze genezing had er telkens mede te maken dat ik vertrouwen had in de mij behandelende arts. Moeten we dit vertrouwen ook hebben in deze tijden van corona? Ik meen van wel. Oké, tijdens de coronacrisis zijn duizenden dokters aan het werk, en daar zullen zonder twijfels ook wel sukkels tussen zitten die niet eens het verschil kennen tussen een virus en een steenpuist, maar toch wil ik iedereen die in het ziekenhuis belandt aanraden om te hopen dat je een getalenteerde dokter aan je bed krijgt, die weet hoe hij een beademingsmachine moet bedienen, die een mondkapje van topkwaliteit draagt, en die niet voor niets aan je vraagt: ‘Wie schreef de roman Ik, Jan Cremer?’, want dat doet hij om te zien of je nog wel goed bij je hoofd bent. Dus ja, we moeten vertrouwen hebben in degenen die met hand en tand het virus bestrijden. Daarom: drie hoeraatjes voor allen die ons beter zullen maken!

Oww, er gaat iets niet goed bij het opvragen van de reaguursels.
Reaguren Bekijk reaguursels {{totalComments}}
{{totalComments}} reaguursels geplaatst {{totalComments}} reaguursel geplaatst Er zijn geen reaguursels geplaatst.
Vernieuw
image/svg+xml
image/svg+xml
{{comment.nickname}}
{{comment.dateCreated | date:'dd MMMM yyyy - hh:mm:ss'}}
Niet ok Gemeld

{{comment.text}}

Vernieuw
Reaguren is niet mogelijk.
{{message}}
{{message}}
Je bent vergeten een reaguursel op te geven.