Niet voldoende steun voor 'naming and shaming'
Binnenland

Niet voldoende steun voor 'naming and shaming'.

Eind januari kwam consumentenprogramma Radar met een uitzending op de proppen waaruit bleek dat 78 procent van benaderde uitzendbureaus geen enkele moeite had te discrimineren op afkomst. De politiek sprak er schande van en pleitten voor 'naming and shaming', het openbaren van namen van discriminerende uitzendbureaus.

Twee maanden later blijken CDA en D66 toch geen voorstander van het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van bedrijven. De regeringspartijen stemden tegen twee moties die het kabinet opriepen deze maatregel in te voeren.

"Palingpolitiek"

En dat doet pijn, bijvoorbeeld bij trollenkoning Farid Azarkan. Het Denk-Kamerlid spreekt van "palingpolitiek" en beticht CDA en D66 ervan het te laten afweten als het erop aankomt. Ook PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk is teleurgesteld: "Dit is een soort ophefpolitiek die niet goed is voor het vertrouwen."

Maar kan dat eigenlijk zomaar? De namen van discriminerende uitzendbureaus te grabbel gooien? Volgens het ministerie van Sociale Zaken in ieder geval niet, tenzij er een individuele veroordeling is uitgesproken door de rechter. Die uitspraak wordt dan openbaar. De kans dat dit bij een uitzendbureau gebeurt, is echter miniem. Niet ingehuurde uitzendkrachten kunnen nagenoeg nooit bewijzen dat er sprake was van discriminatie.

Alle artikelen geladen. Overzicht →