Praten

Praten 

25 mei 2020 - 13:02

Ik vind dat mensen maar niet te veel praatjes moeten hebben. Altijd maar tateren, en niks te zeggen. Met hun vieze scheur van een mond, hun door te gezond voedsel donkergroen uitgeslagen tong, en hun lippen als labia van een nijlpaard. Wat ze te zeggen hebben is vaak onverstaanbaar, meestal onbegrijpelijk, en altijd te mijden onzin.

Ik werd van de week tegengehouden op straat door een man die zei: ‘Het is me nogal wat met de coronacrisis, nietwaar meneer Brusselmans?’ ‘Nee,’ zei ik, en ik liep verder. Zelf zeg ik bijna nooit iets. Ik zou bij God niet weten dat te vertellen, zonder dat de vertelling meteen de prullenmand in kan. Daarom ook dat ik schrijver geworden ben. Veel meer mensen zouden schrijver moeten worden, wat verschrikkelijke, slechte, onleuke boeken zou opleveren, en dat soort boeken lees ik graag, trillend en bevend van afschuw.

Ik heb ondertussen in m’n leven meer geschreven dan gesproken. Vooral de laatste maanden houd ik m’n bek. Ten eerste, er is zo goed als niemand om mee te praten, en ten tweede, binnen m’n vier muren gaat m’n vriendin ermee akkoord dat ik van het zwijgzame type ben. Als ze vraagt: ‘Wat wil je eten vanavond?’, zeg ik: ‘Alles wat jij ook wilt eten.’ Als ze vraagt: ‘Zullen we even gaan wandelen?’, zeg ik: ‘Liever niet.’ Als ze vraagt: ‘Wat ben je aan het schrijven?’, dan zeg ik: ‘Complete nonsens.’ Soms is m’n vriendin het wel eens beu dat ik zo kortaf ben. ‘Verras mij eens met een bijzonder verhaal,’ zegt ze dan. Dan denk ik na, ik steek een sigaret op, en ik zeg: ‘M’n grootvader is in april van 1944 ontsnapt aan de Duitsers door zich te vermommen als Marlène Dietrich.’ ‘Kun jij dan nooit serieus zijn?’ zegt m’n vriendin dan. Nee, eigenlijk niet.

Ik zie niet in wat je opschiet met serieus zijn. Alles is lachwekkend, de aarde, de wereld, de mensen, de dieren, de natuur, de woestijnen, de rivieren, de zeeën, de oceanen, de Kalverstraat, de winkels in de Kalverstraat, de schoonheid der dingen, en de paraplubak die ik in 1986 geërfd heb van m’n tante Sonja en die op zolder ligt. Lag m’n tante Sonja maar op zolder in plaats van de paraplubak. Dan kon ik de trap oplopen, het luik openen, en roepen: ‘Tante Sonja, naar beneden komen, het eten staat op tafel!’ Dat eten zou bestaan uit bloemkool, runderlapjes, en gekookte aardappelen, want dat at m’n tante Sonja graag. Ze is in april 1944 ontsnapt aan de Duitsers door zich te vermommen als Joseph Goebbels. Ze leek ook een beetje op die gozer, met van die venijnige oogjes, achterovergekamd haar, en een horrelvoet.

Ik denk dat ik het verhaal over m’n tante Sonja die zich vermomde als Joseph Goebbels nooit zal vertellen aan m’n vriendin. De stem is het minst aantrekkelijke instrument van de mens. Ik luister liever naar het twee uur durende getoeter dat uit een verroeste saxofoon komt, dan naar de stem van iemand die een kwartier lang een exposé geeft. M’n oom Miel is in april 1944 ontsnapt aan de Duitsers door zich te vermommen als een saxofonist uit Mönchengladbach. Nochtans was hij een keuterboertje uit het Oost-Vlaamse dorp Hamme. Wat kunnen we uit al die vermommingen leren? Dat de Duitsers goedgelovig waren en makkelijk om de tuin te leiden.

Binnenkort ga ik over die goedgelovigheid van de Duitsers, of noem het voor mijn part hun aangeboren idiotie, een roman schrijven. Daarin zullen vele dialogen voorkomen, uitgesproken door mensen die de hele tijd tegen elkaar aankakelen. Wat ze te zeggen hebben is voor honderd procent te mijden onzin, en zo hoort het.

Oww, er gaat iets niet goed bij het opvragen van de reaguursels.
Reaguren Bekijk reaguursels {{totalComments}}
{{totalComments}} reaguursels geplaatst {{totalComments}} reaguursel geplaatst Er zijn geen reaguursels geplaatst.
Vernieuw
image/svg+xml
image/svg+xml
{{comment.nickname}}
{{comment.dateCreated | date:'dd MMMM yyyy - hh:mm:ss'}}
Niet ok Gemeld

{{comment.text}}

Vernieuw
Reaguren is niet mogelijk.
{{message}}
{{message}}
Je bent vergeten een reaguursel op te geven.